Witte nog… De winkeliersfamilie Beliën

Witte nog… De winkeliersfamilie Beliën

seizoen 2025-2026 (september 2025)

witte nog leende winkeliersfamilie belien

De bijgevoegde PDF vertelt de uitgebreide geschiedenis van de winkeliersfamilie Beliën, een bekende Leendse familie die een belangrijke rol speelde in het dorpsleven vanaf de 18e eeuw. De oorsprong van de familie ligt bij de Teuten, rondtrekkende handelaren en ambachtslieden die actief waren in koperwerk, glas, zaden en andere handelswaar. Bekende Teutenfamilies waren Van Asten, Van Engelen, Mansvelt, Potters – en dus ook Beliën. In het hart van Leende, ter hoogte van de huidige Plus, woonden meerdere van deze families dicht bij elkaar.

Reeds in 1678 wordt een Petrus Beliën genoemd als borgemeester. In de vroege 18e eeuw duikt opnieuw een Petrus Beliën op, glazenmaker en schilder. Zijn zoon Johannes trouwde met teutendochter Helena Potters en legde zo de basis voor een lange familietraditie van ambacht en handel. De familie bezat een aanzienlijke hoeveelheid grond tussen Dorpstraat en Julianastraat, waaronder later het Wit-Gele-Kruisgebouw zou komen te staan.

In de 19e eeuw ontwikkelde de familie zich verder. Petrus Beliën (1794), schilder aan het kasteel van Heeze, overleed tragisch door een val van een steiger in de slotgracht. Zijn zoon Hendrikus (“Driekske”) trouwde in de Van Asten-familie en kreeg verschillende kinderen die later belangrijke posities zouden innemen. Daaronder Johannes Beliën, inspecteur van het onderwijs en vader van Truus Smulders-Beliën, de eerste vrouwelijke burgemeester van Nederland.

Rond 1911 trouwden Sjef Beliën en Cato van Engelen en betrokken het pand aan de Dorpstraat, dat uitgroeide tot de bekende winkel Beliën. Het was een multifunctioneel bedrijf: schilderswerkplaats, winkel voor textiel, huishoudelijke artikelen, drogisterijproducten, speelgoed, fournituren, drukwerk en fotografiediensten. Zelfs servies- en linnenverhuur, Sinterklaaspakken en een telefoonvoorziening behoorden tot het aanbod. Het “kantoortje” deed tegelijk dienst als paskamer, administratieruimte en telefoonpost. De winkel werd door velen gezien als een voorloper van een moderne multifunctionele accommodatie.

Sjef Beliën speelde een grote maatschappelijke rol in Leende. Hij was voorzitter van fanfare Philharmonie, mede-oprichter van de Middenstandsvereniging, actief in kerk- en schoolbesturen en ontving een Koninklijke onderscheiding. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hielp de familie mee aan het maken van vervalste identiteitsbewijzen.

Het echtpaar kreeg vijf zonen, die elk een eigen pad bewandelden, maar allen nauw verbonden bleven met het dorp. Met name Jan Beliën zette in 1946 de winkel voort. Hij was naast winkelier een bevlogen fotograaf en toneelspeler bij KNAL, actief zanger en betrokken bij de Torenfeesten van 1974. Zijn foto’s – waaronder vele ansichtkaarten – vormen een belangrijk onderdeel van het visuele erfgoed van Leende.

De winkel Beliën was decennialang een begrip. De rijk gevulde etalages, vooral in de Sinterklaastijd, trokken altijd veel bekijks. Het was een plek waar je “alles kon krijgen”: van fotoafdrukken tot kleding, van geurtjes tot speelgoed. Toen in de jaren zestig professioneel fotowerk bij Cor Sweegers beschikbaar kwam, nam de vraag naar de doka af, maar de winkel bleef een dorpsinstituut.

Het document toont daarnaast talloze historische foto’s van het dorp, de familie en het sociaal-culturele leven, waarmee een levendig tijdsbeeld van Leende door de eeuwen heen ontstaat.